de lessen in het algemeen

Een cursus bestaat uit 16 lessen van twee en een half uur. Een les begint met een stukje theorie (± 20 minuten). Over die theorie speel je spellen die klassikaal besproken worden. Hierna volgt nieuwe theorie (± 5 minuten) die met voorgesorteerde spellen geoefend wordt. Na afloop van de les krijg je de cursusspellen op schrift mee naar huis, zodat je ze thuis kunt herbeleven. Omdat oefening kunst baart, is er gelegenheid om na de les één uur vrij te bridgen. Ook worden tijdens dat naspelen al je vragen beantwoord. De zestiende keer is eigenlijk geen les, maar een bridgedrive die ruim drie uur duurt.
eerste cursus

De eerste twee lessen zijn voorbereidende keren (spelregels en scores), zodat je zonder enige kaartervaring mee kunt doen. In de eerste les zit je al binnen een half uur te spelen! Je leert het dan ook spelenderwijs. Dan volgen er vier lessen waarin je leert uitspelen; eerst zonder troefkleur, later met een troefkleur. In de zevende les komt het tegenspel aan de orde. De laatste acht lessen staan in het teken van het bieden. De biedingen blijven beperkt tot twee spelers (geen tussenbiedingen). De geboden spellen worden overigens ook uitgespeeld, zodat bieden en uitspelen hand in hand gaan.

tweede cursus

In de tweede cursus krijgt het tussenbieden (volgbod en informatiedoublet) veel aandacht zodat je met zijn vieren gaat bieden. Ook wordt het tegenspel verdiept. Verder wordt Stayman en Jacoby op de 1SA-opening tot in de finesses uitgewerkt. Ook de openingen op 2- en 3-hoogte verdienen aandacht. De cursus eindigt met vuurwerk: het slembieden. Na deze cursus heb je voldoende basiskennis in huis om het bridgen in praktijk te brengen, zoals op een bridgeclub. Voor vrijwel alle cursisten werkt het echter beter om eerst aan een speelgroep mee te doen.
speelgroep

De speelgroep is bedoeld om de theorie, geleerd van cursus 1 en 2, in praktijk te brengen. De speelgroep lijkt in zoverre op een bridgeclub dat je zelf de spellen schudt, steeds van tegenstanders wisselt en er een score op nagehouden wordt. Belangrijke verschillen zijn dat het tempo lager is en dat je na afloop van een spel nog steeds de mogelijkheid hebt om daarover vragen te stellen. De wedstrijdleider is hier tevens vraagbaak. In een speelgroep wordt twee keer een parencompetitie gehouden. Ook wordt er twee of drie keer een viertallenwedstrijd georganiseerd. Al met al een goede voorbereiding op een bridgeclub. Een speelgroepavond of -middag duurt drie uur.
opfriscursus

‘Hoe zat het ook alweer?!’ Hierin wordt het bieden van de 1ste en 2de cursus behandeld. Deze cursus is geschikt voor hen die het bieden nog eens goed willen herhalen of ‘er een tijdje uit zijn’ of een herstart willen maken. Ook zeer geschikt voor hen die een ander biedsysteem gewend zijn.
derde cursus

In de derde cursus wordt het bieden van de eerste en tweede cursus verfijnd. De biedingen zullen zelden in tegenspraak zijn met wat in de vorige cursussen is gebracht. Het reverseprincipe en de vierde kleur blijken onmisbare elementen te zijn. Ook de vraag: ‘3SA of 5 in een lage kleur’ krijgt extra aandacht. Het bieden van een slem wordt uitgebreid. Het negatieve doublet, balanceren, protegeren, ‘al dan niet uitnemen’ en uitkomstdoubletten zijn belangrijke afspraken bij het competitieve bieden. Ook de unusual-SA en de forcing-pas zullen niet ontbreken. Ten slotte komt het signaleren (Lavinthal) aan bod.
praktijk-3

Alle spellen, die u te spelen krijgt, zijn gestoken en toegesneden op de derde cursus.
Van tevoren wordt bekend gemaakt welk thema per avond aan de orde komt, zodat u zich daarop kunt prepareren.
Na afloop van de avond krijgt u de spelverdelingen mee.

vierde cursus

Voor ver-gevorderden. De onderwerpen in deze cursus zijn gericht op de wedstrijdspeler. Vanuit de opening van één in een kleur komen Truscott, splinterbids, inverted minors en Checkback-Stayman aan bod. Vanuit de SA-openingen wordt het transferprincipe uitgebreid, terwijl Niemeijer na de 2SA-opening besproken wordt. De populaire multi-coloured en Muiderbergse Twee openingen worden behandeld. Bij tussenbiedingen komen uitgebreid negatieve doubletten, competitieve doubletten en de supportdouble aan de orde; ten slotte worden onmisbare slemconventies besproken als Roman Keycard Blackwood, controlebiedingen en het kwantitatieve 4SA-bod.
uitspeelcursus

Voor ver-gevorderden. Systemathische opbouw van het gehele afspel. Vooral voor hen die zich als leider nog wel eens onzeker voelen of vaak een steekje laten vallen. De moeilijkheidsgraad van deze cursus komt overeen met die van de vierde cursus. Belangrijke onderwerpen hieruit, wat betreft SA-contracten, zijn: kleurbehandeling, tempo en communicatie, de gevaarlijke man, wat te doen in de eerste slag, aanwijzingen uit bied- en spelverloop en de ingooi; in troefcontracten zal daar de vraag nog bijkomen hoe je met de troeven moet omgaan (troeftrekken of niet?, troefcontrole, dummy-reversal).
tegenspeelcursus

De tegenspeelcursus is bedoeld voor gevorderde spelers. De cursus bestrijkt het gehele veld van het tegenspel. Er worden duidelijke uitkomst- en signaleerafspraken gemaakt. Vragen als 'Wanneer zal ik met een Aas nemen?', 'Zal ik switchen en hoe?', 'Welke kaarten houd ik vast als de leider een lange kleur uitspeelt?' komen allemaal uitvoerig aan bod.
De cursus kan bij voorkeur met de vaste partner gevolgd worden, maar noodzakelijk is dat niet. Er worden veel oefenspellen gespeeld om de stof tot leven te laten komen.